Terug

Botter

EB 51 in volle zee

De botter is een scheepstype dat vroeger gebruikt werd voor de visserij op de Zuiderzee. Het scheepstype ontstond geleidelijk aan, steeds vonden aanpassingen plaats.
De geringe diepte van de Zuiderzee leidde tot de ontwikkeling van rond- en platbodems. De botter is een platbodem; er is geen kiel, de zijzwaarden zorgen ervoor dat deze schepen niet "verlijeren", zijwaarts afdrijven. (Zie de EB 51 op de foto links).
Op de Zuiderzee kwamen allerlei verwante scheepstypen voor, waarmee zeilend gevist werd. Kenmerkend voor het tuig van deze schepen is de meestal ongestaagde mast, met alleen een massief ijzeren voorstag; het grootzeil hangt aan een gekromde gaffel; als er niet teveel wind is, kan de kluiver gehesen worden aan de naar voren geschoven kluiverboom; bovendien kan op het achterschip de bezaan (of aap, of bras) gehesen worden. Kenmerkend voor de botter is de fok, die tot ver voorbij de mast reikt. Noodzakelijk om de netten te slepen, maar moeilijk hanteerbaar bij het wenden. Wieringer aken hadden juist een smalle fok, om te kunnen laveren in de geulen van de Waddenzee.

Botters in de haven

Klik op het plaatje om te vergroten, Klik op het plaatje om te vergroten.

Hoe en waarop gevist werd, hing voornamelijk af van het jaargetijde. In het voorjaar was het haring, in mei ansjovis; zuiderzeebot het hele jaar door, paling vooral in de zomer. Daarnaast werd er gevist op ondermeer garnalen, spiering en mosselen. De vismethoden kunnen worden in twee hoofdgroepen: "gaand want" (de netten worden gesleept) en "staand want" (de netten worden neergezet).

mutatiedatum:
Thursday 5-feb-04 , © Marja aan 't Goor

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Terug

Hoekwantvissen


Het hoekwantvissen is een methode waar een grote mate van vingervlugheid en handvaardigheid nodig is, omdat men al varende een aantal handelingen moet uitvoeren. De visser een werpt een lange lijn uit . Aan deze lijn zijn kortere lijntjes bevestigd waar aas aanzit. Het binnenhalen van de vangst gebeurt ook varend, dus men is verplicht dit tempo volgen.
Het hoekwant bestaat uit lange katoenen lijn, waaraan om de 1 á 1½ vaam dwarslijntjes (snoeren) verbonden waren met een haakje. Aan zo'n lijn, genoemd een 'spleet hoekwant' waren ± 200 snoeren bevestigd, die zo'n 60 cm. lang, Deze snoeren liggen voor dat men uitvaart gerangschikt in een houten bak. Van belang is natuurlijk dat alles niet door de war raakt. De klaargemaakte beug werd daarna uitgevierd om na enige tijd weer ingehaald te worden. Als aas gebruikte men meestal spiering geaasd, soms ook wel wormen, puitaaltjes ("kodden") of garnalen als aas gebruikt.

hoekwantvissen
Vissers geven op een botterdag een demonstratie van het voorbereiden van het hoekwant. (foto 2000)
Klik op het plaatje om te vergroten.

mutatiedatum:
Thursday 5-feb-04 , © Marja aan 't Goor