Terug
Het Goor
De naam Goor moet eens gegeven zijn aan een
laag, moerrassig en onontgonnen gebied. Het is niet bekend wanneer
het woord Goor voor het eerst werd gebruikt. Het Oud Nederlandse
gore had de betekenis van moerassige bosgrond. Op verscheidene plaatsen
in het midden en oosten van Nedeland werd een laag gelegen moerasgebied
goor genoemd.
In de achterhoek is de naam nog wel in verbindingen te vinden zoals
bijv. een boerderij Leemgoor, etc.
 |
Klik op de foto om te vergroten.
Foto 2002. |
In een schenkingsoorkonde van 14
mei 1336 werd het Goor als bestaande naam genoteerd: "een
stuc lants, dat onse henghemunde was, dat gheheyten is dat Ghoer".
Graaf Reinald II gaf het land aan de poorters en grondeigenaren
in de stad Elburg "zijn hengemunde het Goor genaamd
in erfpacht".
De "henghemunde" was toen een onontgonnen, omheind of
(deels) door water omgeven gebied, waarin boeren hun vee konden
drijven. Mogelijk haalden ze er ook hout, turf en plaggen vandaan.
Deze erfpacht bedroeg slechts 10 penningen "te
betalen des naesten daghes na sonte Martyns daghe in den winter".
Was men poorter of bezat men een erf in de stad, dan was men deelgerechtigd.
Toen het Goor in cultuur was gebracht, bleken enkele stukken hoog
en droog genoeg te zijn om ze als bouwland te gebruiken. Tot het
jaar 1438 hoorde het Goor bij het kerspel Doornspijk, daarna tot
de stad Elburg.
Een Heren-veld bleef voor de gemeenschap liggen, om turf te steken,
of bijv. om heide te maaien. Maar toen het vanaf 1336 in erfpacht
werd gegeven, verloor het iets van zijn algemeenheid. Het was een
gemeenschappelijke weide, maar vormde een afzonderlijk geheel, dat
door een sloot, de Goorgrave, een houtwas
en door paaltjes van de omliggende landen werd afgezonderd.
De bepaling 'in den griftbrief, dat de aandelen mochten overgedragen
worden ook aan niet-ingezetenen van Elburg, gaf eenig bezwaar. Ten
slotte zouden vreemden, niet-Elburgers, alle aandelen in handen
kunnen krijgen en de burgers zouden geen recht meer kunnen krijgen.
Daarom bepaalde het stadsbestuur: "De burgers kunnen hunne
grezen zelf beweiden of aan medeburgers verpachten, maar mogen geen
vee van vreemdelingen op hunne grezen oelaten". Alleen bezitters
van grezen hebben dus in het Goor hun vee geweid. Later werd wel
toegestaan dat gasten hun paarden kondel laten grazen.
Met een greze (gres) duidde men de hoeveelheid
grond aan, benodigd voor het weiden van een koe, gewoonlijk 28 are.
|
Het Goor
in vroeger tijden.
Uit: Oorsprong, betekenis en gebruik van veldnamen in de gemeente
Elburg.
(Arent thoe Boecop)
Klik op de foto om te vergroten |
Het Goor werd beheerd door twee Goor-schepenen.
Zij ontvingen een jaarlijkse toelage van zes gulden. Later (1707)
werd het aantal beheerders met twee gemeentelieden uitgebreid "om
alles gade te helpen slaan".
Voorzitter van de Goorcommissie was de burgemeester.
Het toezicht op het vee werd gehouden door een
Goorhoeder (Goorier). Tot de overstroming in 1825 stond midden in
het Goor een zgn. Goorhut. Daarin hield hij de wacht.
Uit: Elburg 1233-1933.
mutatiedatum:
Thursday 19-aug-04
, © Marja aan 't Goor |